Vrouw 62, stiltecoupé
Janneke Holwarda | 30 oktober 2025Het is vijf uur, er zitten een paar mensen in de stiltecoupé. De vrouw tegenover me slaapt. Als de trein plotseling stopt, schrikt ze wakker.
Het is vijf uur, er zitten een paar mensen in de stiltecoupé. De vrouw tegenover me slaapt. Als de trein plotseling stopt, schrikt ze wakker.
Op maandagochtend, na de spits, is het rustig in de trein van Groningen naar Amsterdam. Ze is onderweg om op de kleinkinderen te passen, dus tweeënhalf uur de tijd om te lezen.
Ik ontmoet hem in het Forum. Hij is even naar boven geweest ‘Uiteraard om het uitzicht te bekijken’, en hij wacht nu tot het een beetje donker is, want dan kan hij naar de markt en naar de Hoge der Aa, waar de lichtjes branden. Daar gaat hij graag naartoe, dat ziet er zo prachtig uit! Hier, in Forum, zag hij een lege stoel en toen dacht hij: och, dan kan ik hier mooi even wat tijd zoetbrengen en een beetje uitrusten.
Vier weken hebben zij en haar man een rondreis langs de eilanden gemaakt, nu gaan ze op huis aan. Ze leest Baltische zielen van Jan Brokken. Haar man had het al gelezen, hij vond het mooi, vanwege de geschiedenis. Zij dacht: het is lekker dik. Ze las elke avond voor het eten, en na het klaverjassen ook nog een uurtje, ze is geboeid door de mensen, hun motieven, hun moed.
Op het overloopje in de Sprinter zit een jonge man. Om hem heen is het een drukte van belang, de Sprinter heeft de reizigers uit een defecte intercity overgenomen, op elk van de negen stations tussen Zwolle en Amersfoort CS dringen mensen langs hem heen om erin of eruit te gaan. Hij kijkt niet één keer op.
Station Amersfoort wordt verbouwd. Mijn vertrouwde perron 1 is afgesloten en ik weet niet waar mijn trein naar Groningen nu vertrekt. Ik loop naar ‘Info’, een klein ovaal gebouwtje midden in de hal met daarin een medewerker van de NS die me waarschijnlijk kan vertellen hoe het nu verder moet.
Het is vijf uur, er zitten een paar mensen in de stiltecoupé. De vrouw tegenover me slaapt. Als de trein plotseling stopt, schrikt ze wakker.
Op de boot van het eiland naar het vasteland, de haven in zicht, staat, geleund tegen een hek dat toegang geeft tot het autodek, een man te lezen. ‘Is het spannend?’ vraag ik.
Ze parkeert haar fiets op de brug voor het museum, loopt het terras op, gaat in de zon zitten, doet haar colbert uit, pakt een boek uit haar rugzak en begint te lezen.
Ze is deze zomer docent op een camping, twee weken lang geeft ze workshops beeldend. Leuk, druk en hectisch. Lezen helpt om stilte in haar hoofd te creëren. Eergisteren is ze begonnen in De onderwaterzwemmer van Thomése, gevonden in een straatbibliotheek. Op vakantie neemt ze liever geen dierbare boeken mee, in de tent kan zo’n boek maar zo verregenen, vergelen, verwaaien…
Op een ligbed voor zijn vintage camper, in de schaduw van de luifel, leest een man Catch 22 van Joseph Heller. Een van zijn vrienden dacht dat hij wel zou kunnen lachen om de absurditeit van het verhaal. Tot nu toe heeft hij niet heel erg gelachen – hij is halverwege – maar het boeit hem wel.